Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Langs het front tegen I.S.

Logo http://verhalen.canvas.be/langs-de-frontlijn-met-is
0:00
/
0:00
Start video now

Ga naar de eerste pagina

Ga naar de eerste pagina

"Het kalifaat is mijn buurstaat. I.S. is de vijand waar we tegen vechten." Het zijn de woorden van Sirwan Barzani. Volgens hem bestaat Irak al niet meer; de buitenwereld moet het alleen nog beseffen.

Sirwan is de neef van de Koerdische president. Een van de rijkste zakenmannen van het land. Eigenaar van de grootste telecomoperator, de grootste shoppingcentra en een paardenrenbaan.

Onder andere.

Toen I.S. vorig jaar Koerdistan aanviel, zat Sirwan op de Champs-Élysées in Parijs. Onmiddellijk heeft hij het vliegtuig naar huis genomen - een privéjet natuurlijk - om zijn oude peshmerga-uniform uit de kast te halen. Een paar dagen later zat hij aan het front. Samen met zijn 150 strijders heeft hij er de opmars van de extremisten naar de hoofdstad Erbil gestuit.  




Ga naar de eerste pagina

Nu leidt Sirwan Barzani de Zwarte Tijgers, een eenheid geharde strijders die het 120 kilometer lange  front met Makhmour controleren, ten zuiden van Erbil.

Sirwan is een held voor de Koerden, een rolmodel in oorlogstijd. Zijn geld stopt hij in oorlogvoeren, de zaken laat hij voorlopig aan anderen over.

Het verhaal van Sirwan is dat van velen. Verrast door de blitzkrieg van de jihadi's en verzwakt door tien jaar relatieve rust, hebben de Koerdische peshmerga hun oude strijdlust moeten herwinnen. De psychologische oorlogsvoering van I.S. werkte, de beelden van onthoofdingen, de snelle opmars.

Terreur en angst kruipen in het hoofd, vertelt hij. "Maar we hebben Koerdistan heroverd en geven het niet meer af. We hebben alleen nog wapens nodig van het Westen", voegt hij eraan toe.

Ga naar de eerste pagina

Een aantal oude krijgers wacht onder een afdak. De zon brandt. Het is 40°C - en dan moet je weten dat de ergste zomerhitte al achter de rug is.

Sirwan nodigt me uit in z'n jeep. Een indrukwekkende kolonne van minstens tien gepantserde jeeps zet zich in beweging. Naast me zit Hassan, een oude strijdmakker van Sirwan uit z'n tijd als guerilla in de bergen.

Tussen Hassans knieën rust een kalasjnikov. Ik moet een automatisch geweer in de kofferbak gooien om plaats te maken.

De generaal pakt z'n walkietalkie en draait wat aan de frequentieknop tot er geruis uit komt. "Hier kunnen we de communicatie van I.S. mee volgen", glimlacht hij.

Sirwan geniet ervan om z'n heldendaden uit de doeken te doen. Ik krijg een cursus krijgsgeschiedenis van de recente oorlog. Vechten met handwapens in deze open dorre vlakte: het lijkt me zelfmoord. Maar ik zwijg en luister.

Het is me een raadsel hoe hij samen met zijn troepen is kunnen oprukken tot aan de heuvelkam waar we een uur later oprijden.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now

Ga naar de eerste pagina

Wanneer we het met zandzakjes versterkte uitkijkpunt weer achter ons laten, braakt de walkietalkie onafgebroken opgewonden Arabische klanken uit. De vijand houdt ons ook in de gaten.

"Veertien auto's met kafirs", vertaalt Sirwan de boodschap. Veertien auto's vol ketters. Tijd om te vertrekken, want de jihadi's van I.S. zouden maar al te graag de Zwarte Tijger Barzani vermoorden.

Enkele minuten later valt de eerste mortiergranaat.

Het lijkt me een milde vorm van waanzin om de frontlijn te volgen langs een nachtmerrie, maar hoe kan ik anders begrijpen wat oorlog doet? "Wij sterven nog veel liever, dan jullie van het leven houden" schreeuwen de jihadi's. "Koerdistan of de dood!" staat er dan weer op grote borden bij de Zwarte Tijgers. De cultuur van de dood. Bloed, bodem en religie. Nationalisme versus religieus fascisme.

Het front: het is altijd een macabere plek, waar de dood achter elke zandzak loert. Maar in de loopgraven heerst er ook broederschap tussen de strijders, wanneer ze schuilen voor de dagelijkse mortierbeschietingen en de verrassingsaanvallen van toekomstige martelaren.

Ga naar de eerste pagina

"De bergen zijn onze enige vrienden!"

Geen Koerd die de spreuk niet kent. Al honderd jaar vechten ze tegen de overheersers: het Ottomaanse rijk, de Iraakse superstaat onder Saddam Hoessein, het Turkse leger. Slechts gewapend met lichte handwapens maar verscholen in de ondoordringbare Koerdische bergen, blijven ze dromen van onafhankelijkheid.

Ik zie de bergflanken voorbij schuiven. Op de kale puisten groeien nu overal weer jonge bomen. Met tienduizenden zijn ze opnieuw aangeplant de voorbije twintig jaar. Saddam Hoessein heeft de bergen proberen in brand te steken zodat de peshmerga, de Koerdische strijders, zich er niet meer konden verschuilen. De recente blitzkrieg van I.S. heeft de veteranen overrompeld. De Amerikaanse wapens gingen allemaal naar het Iraakse leger en die hebben ze zonder slag of stoot achtergelaten in handen van de jihadi's.

Met tienduizenden gooiden de Iraakse soldaten hun uniform weg en sloegen ze op de vlucht voor vijfhonderd extremisten, bewapend met tanks, pantservoertuigen, artillerie... allemaal oorlogsbuit. Tegen die overmacht konden de Koerden niet op.

Maar het tij keerde. Dorp na dorp werden de jihadi's teruggedrongen. De peshmerga's hadden geen andere keuze meer, na de horrorverhalen van de christenen die hen bereikten uit de vlakte van Nineve.

Ga naar de eerste pagina

Ik rijd Baqoufa binnen. Alle inwoners van dit dorp van christenen zijn gevlucht. Nu is het het hoofdkwartier van een christelijk leger. Het doet me wat aan de kruistochten in de middeleeuwen denken.

Ik rij voorbij een huis afgeschermd door camouflagedoeken. Hier verblijven Yves en zijn makkers. Het zijn Britten en Amerikanen, oud-strijders uit de oorlogen in Afghanistan en Irak, met opgepompte armspieren vol tatoeages. Ze komen vechten tegen de terroristen, beweren ze. Het christendom verdedigen. Ik vermoed vooral dat ze niet meer zonder oorlog kunnen.

"Ik ben een echte killer", beweert Yves. Een nodeloze opmerking. Een leven op de rand, liters adrenaline, eenvoudige regels, doden of gedood worden: het heeft al vele veteranen aangetast. En journalisten. PTSS, post-traumatische stress. Ik herken het een beetje, maar God beware me om er zo verslaafd aan te raken.

Yves weigert gefilmd te worden. Hij wil alleen meewerken als we de peshmerga ervan kunnen overtuigen om hen mee naar het front te laten gaan. Ze willen vechten, jihadi's overhoop schieten. Anders moeten we maar oprotten.

We laten dit geestelijk wrakhout van voorbije oorlogen achter ons.

Ga naar de eerste pagina

Wanneer we opnieuw naar het front trekken, is het niet met de opgepompte Yves en zijn maten. Ivan en Zaid zijn zowat hun negatiefbeeld: nogal schuchtere jongens van twintig. Als ze geen automatisch geweer vast knelden, zouden ze me al helemaal geen angst inboezemen.

We hebben hen ontmoet op het hoofdkwartier van de Nineve Plain Forces. Er liepen tientallen soldaten rond, met nieuwe uniformen en vers schoeisel. Donaties van het Amerikaanse leger, vermoed ik. Sommigen leken zo weggeplukt uit een castingbureau voor een Hollywoodfilm, met de Ray Ban-zonnebril stoer onder de helm.

Deze christelijke strijdkrachten zijn een leger in ballingschap. De Koerden gebruiken hen als reservestrijdkrachten. Voor Ivan en Zaid bestaat het front uit drie huizen aan de rand van de vlakte van Nineve: Tel Eskof. 

Ik zie een dode hond liggen. Een muur van aarde en zandzakjes slingert zich door de velden zo ver het oog reikt.

Het christendom zit hier al tweeduizend jaar ononderbroken geworteld. Komt er nu een einde aan die geschiedenis? De hordes met de zwarte vlaggen van het "kalifaat" brandschatten, plunderen, moorden en vernielen de kerken.

Vanuit de loopgraven turen Ivan en Zaid met een zucht door hun verrekijker. In de verte kunnen ze hun dorp zien liggen.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now

Ga naar de eerste pagina

Elke avond, wanneer ze terugkeren van het front, trekken Ivan en Zaid naar een klooster dat als een religieuze bijenkorf tegen de bergflank is vastgekleefd. Voorlopig buiten het bereik van de granaten.

Het is valavond en het klooster is bijna verlaten. We betrappen een koppeltje dat in een alkoof staat te smoezen. Ook in tijden van vervolging gaat het leven door. Ivan en Zaid leggen hun kalasjnikov naast de kerkdeur en knielen voor het kruis. Het is makkelijker in hun hart kijken nu er geen andere militieleden meeluisteren.

"Als ik hier trouw, wat gebeurt er dan met mijn kinderen? Er is hier geen toekomst voor hen. Al heel mijn leven heb ik oorlog gekend. Bommen, oorlog, moorden. Dat is het enige dat ik gezien heb."

Ivan en Zaid zitten gevangen in een tussenleven. Teruggaan, dat zit er volgens hen niet meer in, en alles achterlaten en verder vluchten, zoals zo velen, kunnen ze nog niet.
"Nu ben je dus zelf een strijder?"
- "Ja, maar wat kunnen we anders doen?" 

Het is doodstil boven de vlakte van Nineve. Alleen de stofwolken van de bommen die westerse coalitievliegtuigen gooien op I.S.-posities, herinneren me eraan dat er in de vlakte een bittere oorlog woedt. Vreemd dat het geluid niet tot hier draagt.





Ga naar de eerste pagina

Oorlog en vluchtelingen, het zijn communicerende vaten. Waar gevochten wordt, loopt een land leeg. En Koerdistan heeft zijn deel van de ellende al gekregen.

Ze zijn in golven gekomen. Eerst uit buurland Syrië, dan na de opmars van I.S. uit Mosoel, daarna christenen uit de vlakte van Nineve en ten slotte de jezidi. Anderhalf miljoen mensen op een bevolking van zes miljoen.

Ik probeer me in te beelden wat er zou gebeuren als zo'n vluchtelingenstroom op één jaar tijd beschutting zou komen zoeken in Vlaanderen.

Ga naar de eerste pagina

Ik moet Basma oppikken in Dohoek, een bruisende stad. Vóór de opmars van I.S. boomde het hier, een nieuw Eldorado voor investeerders. Maar er is voor en er is na I.S. in deze wereld. Dohoek telt evenveel vluchtelingen als oorspronkelijke bewoners.

Basma is een van die vluchtelingen. Ik zie een jonge vrouw, gekleed in vrolijke kleren, maar met een zachte droevige blik. Ik schat haar achteraan in de dertig.
 
Later blijkt dat ze amper 25 jaar oud is.


Ga naar de eerste pagina

Basma is een jezidi uit Sinjar. Ze is in allerijl gevlucht. Gelukkig maar, want 84 van haar dorpsgenoten zijn nog in handen van I.S. Of dood, dat kan ook, want in het voorjaar hebben ze in haar dorp nog een massagraf ontdekt met 16 lichamen.

De jihadi's zijn als razenden tekeer gegaan tegen de jezidi, een eeuwenoude bevolkingsgroep die ze als duivelsaanbidders beschouwen. Alsof ze hen allemaal wilde uitroeien. Mannen verdwenen in massagraven, jongetjes in trainingskampen waar de zelfmoordmachines van de toekomst gevormd worden. De meisjes werden als oorlogsbuit mee gegraaid en als seksslavinnen doorgeschoven van de ene Abu naar de volgende jihadi.

Vluchtelingen die uit de greep van het "kalifaat" konden blijven, worden in tentenkampen gestopt of overleven in half afgewerkte bouwwerven. Ze krijgen dagelijks water en voedsel van de hulpverleningsindustrie. Daarna worden ze vergeten. Ze blijven achter met het gemis van hun huis en hun familie. En zonder toekomst.

Basma ging er psychologisch onderdoor. "Ik zonk steeds dieper weg, tot ik besliste dat het anders moest." Ze vond een nieuwe missie in haar leven: de meisjes en vrouwen helpen die ontsnappen uit het "kalifaat". Ze gaat ze opzoeken, troosten, en leidt hen stap voor stap weer onder de levenden.

De verhalen zijn zwaar om dragen. Langzaam maar zeker begin ik de blik in haar ogen te begrijpen.







Ga naar de eerste pagina

We wandelen door het vluchtelingenkamp van Baadra, langs lange rijen tenten. Hier wonen enkele tienduizenden jezidi.

Basma wordt omstuwd door een troep joelende kinderen, de helft ervan met truitjes van Messi of Ronaldo. Het lijkt wel alsof hier een container voetbalshirtjes is uitgedeeld door een of andere sjeik uit de Golfstaten.

Maar in de tenten huist een groot verdriet. Er wonen wel honderd meisjes die ontsnapt zijn aan I.S. Een leven van schaamte en pijn in deze noodsamenleving. Maar Basma vertrouwen ze.

Ga naar de eerste pagina

Een jonge vrouw omhelst Basma.

Ze toont een foto op een mobieltje. "Dit is hem. Abu Hodeifa." De foto van de man die haar bezat en verkrachtte in Mosoel.

Basma verzamelt de foto's en namen en geeft de lijst door aan de rechtbank. Ze hoopt dat de jihadi's ooit rekenschap zullen moeten afleggen voor hun misdaden. Dankzij de foto's kunnen ze internationaal geseind worden en op Europese luchthavens opgepakt worden.

Ik wil haar niet ontmoedigen, maar het is waarschijnlijker dat ze omkomen in deze uitzichtloze oorlog.

Ga naar de eerste pagina

We gaan op bezoek bij een oude vrouw. Ze kan met moeite lopen. Haar enkels en knieën zijn opgezwollen. Ze heeft dagen gestapt. Ze zou blij moeten zijn, maar is ontroostbaar.

Twee dochters van haar zitten nog steeds gevangen in Mosoel, het bolwerk van I.S. Zelf werd ze weggestuurd als onbruikbaar. Een wegwerpproduct in het paradijs van de jihad.

Wat verderop, op de eerste verdieping van een bouwwerf woont een vluchtelingenfamilie. Het nichtje heeft er ook onderdak gevonden. Zij slaagde erin om te ontkomen aan de slavernij. Haar verhaal doet m'n haren ten berge rijzen.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now

Ga naar de eerste pagina

Ik slik even.

Abu Omar al Shishani, alias Batashvili, is een van de meest beruchte jihadcommandanten van I.S. Een Georgiër die jarenlang terreurcommando's geleid heeft in Tsjetsjenië. Al Shishani werd dit voorjaar nog op de lijst van meest gezochte terroristen gezet. Het Amerikaanse gerecht looft vijf miljoen dollar uit voor hem.

Een week lang heeft hij een jezidimeisje dat voor mij op een tapijt hurkt, misbruikt. Fauwzia is nog maar veertien.

Iemand vertelde me dat sommige jihadi's bidden voor en na de verkrachting.

Ga naar de eerste pagina

Het is duidelijk dat de verhalen zwaar wegen op Basma's gemoed. Waarom blijf je dit doen, vraag ik.

"Anders gebeurt er niets", antwoordt ze. "Er zitten nog drieduizend jezidimeisjes vast als seksslavinnen. Die moeten eerst vrijkomen, dat is mijn droom."

Ze aarzelt even.

"Als zelfs maar één Europees meisje dit overkwam, de wereld zou moord en brand schreeuwen. En nu..."

De volgende dag nemen we Fauwzia mee naar Dohoek, samen met een vriendin die hetzelfde meemaakte. In de soek van de grote stad mogen ze wat nieuwe kleren gaan kopen.

Volgens Basma is dit een deel van de therapie. Ik weet niet uit eigen ervaring hoe pubermeisjes zich gedragen bij zo'n uitstap, maar de ogen van deze schuchtere meisjes van veertien die de grootste gruwel meemaakten, blinken een halve dag lang. Omlijst met een schuchtere glimlach.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now

Ga naar de eerste pagina

Daarna gaan we pizza eten in een hypermoderne, westers-Koerdische shopping mall - eigendom trouwens van Sirwan, de Zwarte Tijger.

's Avonds moeten de meisjes terug naar hun tent in het vluchtelingenkamp. Voor hoe lang nog?

Ga naar de eerste pagina

"Sinjar?"

We zijn op weg naar het echte front van de jezidi, naar de Sinjarberg. Het is misschien wel de meest beruchte plek in deze oorlog.

De soldaat aan het checkpoint kijkt me vreemd aan. Niemand komt hier zomaar langs. Maar onze papieren zijn in orde, vol met stempels van de hoogste Koerdische autoriteiten, en dus kunnen we onze tocht verder zetten.

De weg is een corridor parallel aan de Syrische grens die leidt naar Rabia, een grensstadje waar ik vorig jaar de bevrijding meemaakte. De laatste jihadi's verschansten zich toen in het ziekenhuis tot een Amerikaans vliegtuig het gebouw met zware bommen plat drukte. Een pannenkoek. Overal zaten boobytraps verstopt, tot zelfs de kookpannen in de keukens toe. Een kast opentrekken kon al een ontploffing veroorzaken. Zelfs na hun dood willen de jihadi's nog zo veel mogelijk slachtoffers maken.

De dorpen langs de weg zijn stuk geschoten. Het beeld is me al te vertrouwd: beton, verwrongen staal en vuilnis. Het zijn spookdorpen, want overal kunnen mijnen verscholen liggen. Als we even stoppen, ga ik zeker niet in de greppel plassen. De meeste slachtoffers vallen hier immers door onachtzaamheid.


Ga naar de eerste pagina

De Sinjarberg ligt als een slapende reus in de dorre vlakte. In blinde paniek vluchtten de jezidi vorig jaar de flanken op. Bij bosjes stierven ze aan uitputting en dorst. Omsingeld door I.S. Aan alle zijden wapperden de zwarte vlaggen.

Op de berg vochten enkele PKK-strijders tegen de overmacht. Toen pas besefte de wereld dat hier een genocide aan de gang was.

We naderen de top, overal zijn er geïmproviseerde tentenkampen. Een jaar later wonen hier nog steeds een paar tienduizenden vluchtelingen in tenten en handgemaakte lemen huisjes.

Het landschap is hard, vreselijk en prachtig tegelijk. Van de rotsen schuift droog, bruin-grijs stof. Net alsof we op de maan geland zijn. Een plek zonder water of leven.

Ga naar de eerste pagina

Bovenop de kale top van het bergmassief staat een eenzame container, waar een vrouw met zonnebril me opwacht. Haar lange blonde haar zit in een vlecht gedraaid, verscholen onder de pet van een guerillastrijder. Ze draagt het camouflageuniform van de peshmerga-strijders.

"Zolang de oorlog duurt voel ik me een strijder als de anderen", begroet ze me. Ze doet een beetje denken aan een Koerdische versie van Lara Croft, maar dan blond en van vlees en bloed.

Een jaar lang al weigert dokter Chansa Shamdin Ali te vertrekken. Elke dag komt er een honderdtal patiënten langs bij haar container, vluchtelingen op de berg en pershmerga's.

Ze onderzoekt er de patiënten achter een plooischerm, maakt een praatje en geeft iedereen vervolgens dezelfde stripjes met pillen mee. Ze heeft dan ook maar twee soorten pillen: witte en roze.


Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now

Ga naar de eerste pagina

Wat verderop staat er nog een container naast een hospitaaltent. Daar slapen twee ambulanciers. Als er een aanval begint of mortieren afgevuurd worden, rijden zij de andere kant van de berg af om de gewonden op te pikken.

Vannacht blijft hun slaapplaats leeg. De peshmerga verwachten een verrassingsaanval van I.S. Wij kunnen met z'n allen op matjes liggen op de vloer van de container. Er is water, elektriciteit en we liggen beschut, zolang de jihadi's niet stiekem de heuvel op sluipen. Maar het lot heb je niet altijd in handen. Insjallah.

We liggen boven het front onder een fenomenale sterrenhemel.

Welkom in het Sinjar-Hilton.

Ga naar de eerste pagina

De ochtend is verpletterend mooi. Door de blauwe lucht klieven twee jets, bommenwerpers op weg naar hun doel.

Samen met dokter Chansa dalen we af naar het front. Een kronkelweg steil naar beneden. Elk van de 97 bochten brengt ons dichter bij de plek waar nog elke dag gevochten wordt. We racen door het puin van de buitenwijken van de stad Sinjar.

Het is er doodstil.

Ik wil stoppen om een beeld te filmen, maar de soldaat die ons begeleidt, verstijft.

Pas daarna besef ik dat we als gekken door het vizier van sluipschutters rijden.

Ga naar de eerste pagina

We komen aan in de meest vooruitgeschoven gevechtspost. De dokter komt speciaal naar hier om de pershmerga een prettig Eid-feest te wensen. Ze duwen ons snel tegen de muren van zandzakjes aan.

Gebukt sluipen we onder de schuttersgaten door. Snel even kijken en dan weer schuilen. Enkele honderden meter verder ligt het betonnen geraamte van een appartementsblok. Daar zitten de jihadisluipschutters. Ook op de heuvel rechts van ons.

Ga naar de eerste pagina

Een deel van de soldaten slaapt op een deken of een tapijt, achter gaas verborgen, dicht tegen de zandzakjes aangeschurkt. Anderen hurken in de kazematten of geïmproviseerde holtes in de loopgraven.

Zo moet het er in de Eerste Wereldoorlog ook hebben uitgezien in de loopgraven. Maar hier sijpelt niet overal water binnen, alleen maar de hitte en het stof. Het eeuwige zand blaast voortdurend door alle kieren en spleten. Iedereen probeert zich te beschermen met een sjaal en een zonnebril.

Hoe lang houden mensen dit vol?

Ik schuil een tijdje met dokter Chansa in een van de loopgraven. Haar dikke blonde haar is losgekomen. Ze straalt, een vrouw van 37 jaar.

"Ik ben maagd", zegt ze plots ongevraagd, "maar ik hoef geen man of kinderen, dit is mijn leven. Ik ga mee met de peshmarga. Als er kogels op me af komen, ben ik niet bang. Ik voel me als een man."

Ik voel een vreemde verbondenheid met deze bizarre vrouw. Ze wijst vaagweg naar een gebouw een paar honderd meter verderop in de gevechtszone. En vertelt me over de baby. 


Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now

Ga naar de eerste pagina

Terug boven op de berg neemt ze me mee naar haar container. Ze verricht het avondgebed met een lang kleed om haar uniform gewikkeld. Daarna gaat ze op de rand van haar bed zitten.

Wat voelt een vrouw hier, omringd door duizenden strijders, met de voortdurende dreiging van de jihadi's? Is ze eenzaam? Is ze dan niet bang voor die duivels?

Ze glimlacht en grijpt onder haar bed. Ze houdt een kalasjnikov in de hand met de loop onder haar kin gedrukt. "Ze krijgen me nooit in handen", zegt ze.

En ze kromt haar vinger rond de trekker.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan
Vegen om verder te gaan
Sluiten

Overzicht

Naar links schuiven
Hoofdstuk 1 In de bergen van Koerdistan

Poster 0

Placeholder thumbnail overview desktop
Hoofdstuk 2 Sirwan Barzani

Barzani 6

Poster 0

Poster 0

Barzani 5
Hoofdstuk 3 Ivan en Zaid

Poster 0

Still ivan zaid front

Vlcsnap 2015 10 01 13h53m20s10

Poster 0
Hoofdstuk 4 Basma Al-Dakhi

Basma 11 lichter

Basma 12

Poster 0

Still jezidimeisje gsm
Hoofdstuk 5 Sinjar

Poster 0

Poster 0
Hoofdstuk 6 Chansa Shamdin Ali

Mdv img 7353

Poster 0

Mdv img 7356

Poster 0
Hoofdstuk 7 En nu?

Poster 0

Kaart koerdistan 3
Naar rechts schuiven